VERKLARENDE WOORDENLIJST

Vlampunt

Het vlampunt geeft de laagste temperatuur aan waarop een dampmengsel (oplosmiddel-lucht) boven een vloeistof door een open vlam kan worden ontstoken. Elke brandbare vloeistof heeft een bepaalde temperatuur, waarbij precies zoveel damp wordt ontwikkeld, dat er bij het naderen van een ontstekingsbron een kleine vlam ontstaat. Het vlampunt mag niet worden verwisseld met het ontstekingspunt of de ontstekingstemperatuur. Het dient uitsluitend als maat voor de ontvlambaarheid van de dampen door een open vlam via de vloeistofspiegel. Het vlampunt geeft dan ook niet de temperatuur van de vlam aan.

Bij de vraag: "Explosieveiligheid van de elektrische bedrijfsmiddelen, ja of nee?", is het vlampunt van de verwerkte stoffen doorslaggevend. De grens is vastgesteld op vlampunt = 21 °C.

Als er producten worden gebruikt die geschikt zijn voor verwerking, dan is het vlampunt van het materiaal van deze producten maatgevend voor de elektrische inrichting van de spuitruimte.

Als er in de spuitruimte echter lakken worden klaargemaakt die geschikt zijn voor verwerking, dan is het laagste vlampunt van de lak, het oplosmiddel of het verdunningsmiddel maatgevend. Opslagruimtes van lakken en oplosmiddelen, die in de praktijk meestal ook dienst doen als afvul- en mengruimte, moeten als explosiegevaarlijk worden beschouwd wanneer de kamertemperatuur niet met zekerheid onder het laagste vlampunt van de daar opgeslagen substanties kan worden gehouden.

Voor het lakken in het elektrische veld, dus voor het elektrostatisch coaten, mogen alleen lakken met een vlampunt hoger dan 21 °C worden gebruikt.

Voorbeelden van vlampunten:

- Aceton - 19 °C

- Benzol/benzeen - 8 °C

- Tolueen + 7 °C

- Xyleen + 23 °C

- Terpentine + 31 °

Back